Publieke samenvatting

Een homogeniteitsproef met de Sieplo voerrobot

Sieplo

Wat het rantsoenverschil zegt over autonoom voeren

Bij een voerrobot telt niet alleen of hij kan mengen en doseren. De vraag is ook of dieren bij verschillende rantsoenen vergelijkbaar voer krijgen. In deze homogeniteitsproef werd het kalverenrantsoen duidelijk homogener gemengd dan het geitenrantsoen. Dat verschil helpt om de uitkomst te plaatsen binnen deze proef, met rantsoen en dosering als bepalende factoren.

Innovatiepakket, use case en type test

    Status afgerond

    Technische functionaliteit

    Brede kennisvraag

    Krijgen dieren over het voerhek een vergelijkbaar rantsoen

    De brede kennisvraag was of een autonome voerrobot verschillende rantsoenen homogeen kan mengen en doseren. Daarbij ging het om voeren met de automatische voerrobot FEEDR®.

    Aanpak

    Monsters uit twee bedrijven

    Op vier momenten zijn voermonsters genomen, steeds met drie weken ertussen. Dat gebeurde op twee bedrijven, één kalverbedrijf en één geitenbedrijf. De monsters zijn gezeefd en nat-chemisch geanalyseerd op droge stof, ruw eiwit, zetmeel en ruw as gehalte.

    Doel

    Objectief kijken naar mengen en doseren

    De doelstelling was om objectief vast te stellen hoe homogeen de FEEDR® verschillende rantsoenen mengt en doseert. Dat helpt de lezer om de uitkomst te wegen voor het eigen rantsoen, de diergroep of het voerproces. De proef geeft daarmee geen brede marktconclusie.

    Resultaat en reflectie

    Rantsoen en dosering bepaalden mede de uitkomst

    De sensor presteert goed op droge stof en ruw eiwit in mengsels van graskuil, snijmaiskuil en bijproducten. Voor ruwe celstof, ruw vet en ruw as en bij enkelvoudige mengsels zijn de uitkomsten wisselend. Het is daarom nog te vroeg om op alle absolute waarden te sturen. Verdere ijking zal de betrouwbaarheid vergroten.

     

    Geslaagd:

    • De proef combineerde twee bedrijven, vier meetmomenten en twee rantsoenen.

    • De monsters kwamen van één kalverbedrijf en één geitenbedrijf.

    • De analyse keek naar droge stof, ruw eiwit, zetmeel en ruw as. 

    Leerpunten:

    • Beoordeel prestaties van een voerrobot in relatie tot rantsoen en dosering.

    • Vraag bij een volgende validatie welke grenswaarden voor voerhomogeniteit worden gebruikt.

    • Een gestandaardiseerde meetmethode helpt om uitkomsten tussen situaties scherper te wegen.

    Betrokken partners